Laatste wapenfeit

Politie Triathlon Spijkenisse 2016

Na ruim dertig jaar hardlopen is het moment aangebroken dat ik daarmee moet stoppen. Mijn linker knie is dusdanig kapot en versleten dat ik nooit meer zonder pijn loop. Weleens wat meer en weleens wat minder, maar nooit pijnvrij. Ik vind hardlopen nog steeds verschrikkelijk leuk en fijn om te doen, maar de pijn heeft langzamerhand de overhand genomen. De pijn verdringt het plezier.
Het moment van stoppen is zorgvuldig en weloverwogen gekozen. Ik heb het geluk gehad, het tot dit zelf gekozen moment vol te kunnen houden. Hierdoor is ‘Stoppen op het hoogtepunt’ zeker van toepassing.

Ik heb een recent een fantastische reeks aan successen mogen beleven:

  • Bruggenloop Rotterdam, 15 km binnen het uur.
  • Marathon Rotterdam, samen met mijn jongste zoon Jari.
  • Halve Ironman in Rapperswil-Jona, Zwitserland.
  • Hele Ironman in Kopenhagen, Denemarken.

En als allerlaatste ‘officiële’ krachtinspanning: de Politie Triathlon te Spijkenisse.
Zonder te weten hoe beschadigd ik uit Kopenhagen terug zou komen, had ik mij voor de zekerheid maar gewoon ingeschreven.
Als ik dus in staat zou zijn om te lopen, dan zou ik in elk geval een startplek hebben.
Aangezien ik de Ironman nagenoeg ongeschonden doorgekomen ben, begon het na twee weken relatieve rust toch wel te kriebelen. Mijn lichaam was uiteraard nog lang niet hersteld, maar ik had er wel vertrouwen in dat ik er nog een ‘kwartje’ uit zou kunnen persen, zonder al teveel risico. Er was echter nog een klein probleempje, ik had ‘dienst’ op desbetreffende dag!
Aan de ene kant wilde ik verschrikkelijk graag meedoen en aan de andere kant besefte ik dat het qua herstel verstandiger zou zijn om het niet te doen. Ik kwam met mezelf overeen dat ik zou proberen om mijn dienst te ruilen, lukt het dan doe ik mee, lukt het niet dan is het jammer en heb ik er ook vrede mee.

Ik had avonddienst, dat wil zeggen van 14.30u tot 22.30u. De start van de triathlon was om 12.30u. Grof gerekend heb ik voor een kwart triathlon tweeënhalf uur nodig. Zo verspreide ik onder mijn vrije collega’s het bericht: ‘of er iemand tot 18.00u voor mij wilde invallen?’
Twee dagen voor het evenement melde er zich een collega bereid om mij te helpen. Super gaaf, maar ik had er niet meer op gerekend. Even schakelen dus! Twee dagen om scherp te worden.
Ik had er erg veel zin in, maar ik had geen idee hoe ik er voor stond. Tussen de Ironman en de Politie Triathlon zat precies drie weken. Dat is natuurlijk heel erg kort. Ik had wat compensatie gedrag vertoont in mijn dieet, maar niet buitensporig. Dus ik begon met mijn beeldvorming door op de weegschaal te gaan staan. Dit was geen schok, nog onder de 71 kg. Ik had nog wel wat overbelasting pijntjes maar deze hadden mij op enkele lichte zwem- en fietstrainingen niet gehinderd.
Oké, ik ga de uitdaging aan!

De Politie Triathlon is een thuiswedstrijd voor mij. Dit was in 1990 mijn allereerste kennismaking met deze sport. Ik werkte toentertijd op Marine Vliegkamp Valkenburg (ZH) waar een collega, Ron de Wit, mij enthousiast maakte voor de triathlon. Ik had toen pas het marathonlopen ontdekt en dacht de kwart triathlon wel voor de aardigheid te kunnen doen. Gewoon voor de gein, zonder enige ambitie. Ik was aangewezen op schoolslag dus ik had geen enkele verwachting omtrent mijn eindtijd. Nu, 26 jaar later, heb ik deze wedstrijd al, ik weet niet hoe vaak, meegedaan.
Leuke bijkomstigheid is dat de Nationale Brandweerkampioenschappen in deze wedstrijd opgenomen zijn. Sinds ik als brandweerman werkzaam ben mag ik dus mee strijden om deze eer. Dit heeft mij een viertal podiumplekken opgeleverd. Drie keer derde en één keer tweede. Er is dus wel sprake van enige progressie sinds die eerste keer.

Maar het gaat nu over ‘de laatste keer’.
Op vrijdagavond werkte ik mijn checklist af. De vereenvoudigde versie van Kopenhagen. Ik was ontspannen want ik had immers niets te verliezen. Toch stelde ik mezelf een doel: ik zou proberen om harder te fietsen dan vorig jaar. Toen had ik een gemiddelde van 35,8 km/u.
De start was om 12.30u maar het aanmelden diende voor 11.00u gebeurd te zijn. Dus om kwart over tien stapten Willona en ik op de fiets om ons richting het evenemententerrein te begeven. Na het aanmelden zette ik mijn fiets op zijn plaats en legde de benodigde attributen voor de twee wissels gereed. In tegenstelling tot Kopenhagen, waar ik alle tijd nam voor de wissels, wilde ik hier zo snel mogelijk wisselen. Ik koos er wel voor om in wetsuit te zwemmen, alhoewel de uitzonderlijk hoge watertemperatuur dit absoluut niet verlangde. Waarom ik er dan toch voor koos? Omdat ik aanzienlijk sneller zwem in wetsuit. De tijd die ik verlies met uittrekken compenseer ik ruim in mijn zwemtijd.
Toen alles gereed lag was het slechts wachten totdat het tijd was om mij daadwerkelijk in mijn wetsuit te hijsen. Ik zocht Willona nog even op om samen het laatste half uurtje door te komen.
Om twaalf uur vond ik het tijd en stak mezelf in het neopreen.

Het was een massale, zogenaamde ‘natte start’. Dit vergt een hoge mate van strijdvaardigheid. Gelukkig heb ik mij dat eigen gemaakt. ‘Als hier iemand sterft dan ben jij dat en niet ik.’ Het lukte wonderwel om koers te houden en ik verbaasde mij over de ruimte die ik had. Na enige tijd zwom er iemand dwars over mij heen. Geërgerd keek ik op waarom dit gebeurde. Echter verheugd concludeerde ik dat ik ook die kant op moest, wij waren al op het keerpunt! Het was vandaag natuurlijk maar een kwart. Probleemloos zwom ik ook de tweede 500 meter en daar was de eerste wissel al.
Ik scheurde mijn wetsuit bijna van het lijf. Dat kon ook want ik had een oud exemplaar gebruikt welke ik voornemens was hier achter te laten in een afvalbak. Omwille van de snelheid had ik niets overbodigs. Geen handdoek, geen fietsbril, geen handschoentjes en geen sokken. Schoenen aan, helm op, startnummer om en weg. Er moest een enorme afstand met de fiets aan de hand overbrugt worden. Dit deed ik erg voorzichtig want ongelijk terrein in combinatie met fietsschoenen staat garant voor een flinke aanslag op mijn knie.

Eenmaal in het zadel is het altijd even zoeken naar het ritme. Ik begon direct met de inmiddels verbruikte calorieën weer aan te vullen. De windrichting was zuid. Dat betekende dat ik haar constant van opzij had. Op de heenweg lag het tempo rond de 35 km/u. Ik kon niet goed bepalen of de wind mij nu hielp of juist tegenwerkte. In elk geval: ik zou mezelf niet sparen! Ik voelde mij prima en na twintig kilometer rondde ik het keerpunt. Erg benieuwd wat de wind nu ging betekenen. Tot mijn grote verbazing slaagde ik er in om op de terugweg nog veel harder te fietsen. Had ik haar dus waarschijnlijk op de heenweg schuin tegen gehad en nu schuin mee. Het ging tussen de 38 en 40 km/u terug richting het Parc Ferme. Ik slaagde er in om mijn gemiddelde snelheid van vorig jaar te verpletteren. Ik kwam uiteindelijk uit op 37,1 km/u gemiddeld. Mijn missie was nu al geslaagd. Ik had wel continu de beleving dat dit mijn laatste optreden was en dat het dus goed moest zijn. Ik zou mijn krachten verdelen maar niet al te behouden zijn.
Na veertig kilometer drukte ik op de knop voor de tweede wissel. Het zelfde stuk rennen met de fiets aan de hand en vervolgens mijn fietsschoenen verruilen voor loopschoenen. Speciale elastische veters zodat er geen tijd verloren gaat met strikken. Wel nam ik even de moeite om mijn kniebrace aan te trekken. Dat is helaas pure noodzaak.

Meer hoefde er niet te gebeuren dus ik was snel weer op weg voor het laatste onderdeel. Waarbij ‘laatste’ nu echt van speciale betekenis was. Dat besef was- en bleef ten volle aanwezig. Mijn knie voelde goed en ik had totaal geen wankele start. Even op zoek naar het juiste tempo. Dit bleek te liggen rond 4.45 per kilometer. Twee rondjes van vijf kilometer. Het eerste rondje ging redelijk soepel. Ik probeerde dit in het tweede rondje vast te houden en te genieten van wat echt mijn laatste loop kilometers waren. Bewust telde ik hen af. Wat een beleving. Mijn knie hield het aardig. Pas de laatste drie kilometer werd de pijn hinderlijk. Een meevaller dus. Ik kon het tempo handhaven en finishte in een persoonlijk record van twee uur en zeventien minuten.

Dit was het, het einde van mijn carrière. Maar wat is het goed geweest! Ik heb er vrede mee.
Zoveel bereikt, zoveel mooie momenten.
Het is goed zo.

Ik sluit af met een super goed gevoel. Ik ben heel erg dankbaar.
Een paar dagen nadien heb ik symbolisch mijn loopschoenen in de vuilnisbak gegooid. Niet dat ik nooit meer zal lopen, maar het is absoluut een einde van een tijdperk. Ik kan het lopen niet meer structureel trainen. Verder kan ik alles! Dus de conditie blijf ik zeker houden. Daarom kan het nog best eens voorkomen dat ik een triathlon doe, alleen zonder het lopen te trainen. Met een hele andere benadering dus als wat ik tot nu toe gewent ben. Niet meer competitief maar veel meer ontspannen. Ik heb er zin in, mijn nieuwe leven!

Laat van je horen!